Wat draag ik eigenlijk?

Zoals heel veel meisjes: ook ik kan spontaan op vrijdagmiddag bedenken dat ik “niks” in huis heb voor die avond, en snel de stad induiken om een nieuw rokje of shirtje te kopen. Het is iets waar ik me oprecht even lekker door kan voelen. Pure Westerse luxe, dat snap ik, en soms denk ik daar heel even niet over na.

Maar ook ik kan me er achteraf flink schuldig door voelen en spoken er allerlei soorten vragen door m’n hoofd: doe ik er wel goed aan om zoiets belachelijks goedkoops te kopen, terwijl ik weet dat er tig mensen worden uitgebuit om dit te maken? Kijken we stiekem niet allemaal een andere kant op? Zou het helpen als ik géén kleding meer koop bij deze merken?

Ik heb het boek Talking Dress gelezen en dit heeft me geholpen bewust te zijn over dit soort zaken. Maar in deze bewustwording bevind ik me ook vaak in een tweestrijd: hoe meer ik weet, hoe groter het dilemma wordt. Het is een zaak die veel verder gaat dan “hoe fair het is tegenover de kledingmaker”. Politiek, economie, fabrieken, kledingmerken, consumenten en beleidsstukken staan in de weg om snel een verandering te zien en om direct zelf de verandering te zijn.

Ik stond er gisteren weer bij stil, doordat ik de documentaire “Jeroen Pauw in Bangladesh” op Uitzending Gemist keek. Hierin zien we Jeroen Pauw in Dhaka, 500 dagen nadat 1127 mensen om het leven kwamen toen kledingfabriek Rana Plaza instortte.

Rana Plaza

“Final Embrace” door Taslima Akhter.

Pauw stelt de terechte vraag, die mij ook zo bezighoudt: wat kunnen wij als consumenten doen om het lot van de textielwerkers te verbeteren? 

Ik werd geconfronteerd met beelden van een man die in een 72-urige werkweek voor een schamel loon aan spijkerbroeken werkt voor het Nederlandse bedrijf MS Mode. Pijn in m’n buik. Een ander beeld laat een overvolle fabriek zien, waar de nooduitgang gammel is, er geen bluswater aanwezig is en de elektrische bedrading belabberd is. De inspectie komt er nooit. De kleding van Wibra wordt hier o.a. gemaakt! Schrik, nóg een Nederlands merk. Een lange dag werken levert een werknemer meestal nog geen twee euro op. De fabrieken lijken op gevangenissen. Wat een keiharde realiteit.

04.The-Life-Struggle-of-Garment-Workers_09a-1024x680

Pauw staat in de documentaire stil bij het grootste dilemma: het land drijft voor z’n buitenlandse inkomsten bijna volledig op de kledingindustrie. Bangladesh is volledig afhankelijk van de kledingindustrie, het is het enige waarin je in dit straatarme land nog een beetje de kost mee kan verdienen. Als de loonkosten stijgen, wordt Bangladesh minder aantrekkelijk voor de grote kledingmerken en raakt het de productie kwijt aan landen waar het nog goedkoper kan. Het probleem verschuift hierdoor alleen maar, want kledingmerken vinden het aantrekkelijker om hun kleding dan bijvoorbeeld te laten maken in Afrika.

Uit de documentaire en het boek Talking Dress kun je 4 verschillende “spelers” concluderen, die de macht hebben om ervoor te zorgen dat het verhaal achter onze kleren schoner wordt:

  • De overheid zou helpen als zij wetten zou maken die de arbeiders en het milieu beschermen, en er ook voor zou zorgen dat die wetten worden uitgevoerd. Als dit overal gebeurt, kunnen kledingmerken bijvoorbeeld hun opdrachten niet verplaatsen naar een andere fabriek in een ander land, op zoek naar de laagste prijs. Dat heeft dan geen enkele zin. Ook onze eigen overheid zou veel meer verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het zou strafbaar moeten zijn voor Nederlandse kledingmerken om hun producten in andere landen onder slechte arbeidsomstandigheden te laten maken. Als ze op die manier spullen in Nederland lieten produceren zou het een schandaal zijn, en streng verboden (Eyskoot, M. – Talking Dress). Na de ramp in Dhaka heeft de internationale kledingbranche de handen ineengeslagen om de veiligheid in de kledingindustrie te vergroten. Daaruit kwam The Bangladesh Accord on Fire and Building Safety voort (in Nederlandse stukken vaak terug te lezen als het Bangladesh-akkoord), waarbij zich inmiddels 162 kledingmerken en winkelketens wereldwijd hebben aangesloten. In praktijk blijkt echter dat veel fabrieken een deel van hun orders doorspelen naar onderaannemers; fabrieken die goedkoper kunnen produceren, waar de omstandigheden onveilig en slecht zijn en waar geen enkele controle is. Een groot probleem.
  • Wat ik echter uit de documentaire haal, is dat het eerste probleem bij de opdrachtgever ligt en degene die er uiteindelijk met de winst vandoor gaat: de (grote) kledingmerken. Het is ze gelukt de keten zo in te richten dat ze de stappen in het proces die het minst opleveren (materialen kopen en kleding maken) niet meer zelf hoeven doen. Die hebben ze uitbesteed aan leveranciers, fabrikanten en agenten. Makkelijk. En ze kunnen kiezen uit een enorme hoeveelheid landen en aanbieders, die totaal afhankelijk van hun opdrachten zijn. Er zijn relatief weinig merken, en heel, heel veel weverijen, kledingfabrieken en naaiateliers. Daardoor heeft de smalle top van de keten veel macht, en kunnen de merken steeds lagere prijzen en kortere aanlevertijden afdwingen (Eyskoot, M. – Talking Dress). De kledingmerken zouden kunnen zeggen: we maken dit truitje één euro duurder en dat geld gaat compleet naar de makers van de kleding. De kledingmerken zouden kunnen zeggen: we verhuizen niet naar Afrika omdat het daar goedkoper is of goedkoop blijft, en we laten zien dat we een deel van de winst inleveren. Ze doen het alleen niet.
  • Fabriekseigenaren hebben ook wat in de melk te brokkelen. Zij moeten de arbeiders een redelijk deel betalen van het geld dat zij met een order verdienen, en investeren in veilige en milieuvriendelijke fabrieken, schoon water en opleidingsmogelijkheden. Zo ontstaat er een gezond werkklimaat waar de arbeiders de kans hebben om een beter leven te leiden en zich te ontwikkelen (Eyskoot, M. – Talking Dress). Uit de documentaire van Pauw blijkt dat we hier een flinke portie geduld voor moeten hebben. De fabrieken die überhaupt hun best doen om volgens het “Bangladesh-akkoord” te werken, kunnen niet zo snel gaan als de overheid wilt. Er moeten veel veranderingen plaatsvinden en dat kost geld – voor hun doen heel veel geld. Dit geld hebben de fabrieken vaak niet, waardoor ze het risico lopen om te moeten sluiten. Dit betekent dat er spontaan heel veel mensen op straat komen en al helemaal straatarm worden.
  • Dan komt het neer op de vraag: wat kan ik doen? Ik geloof heilig in de regel dat verandering bij jezelf begint. En in deze zaak begint het bij verdieping in het onderwerp, bewustwording en, ondanks de grote invloed van de kledingmerken zelf, verandering in je koopgedrag. Want als de kledingmerken het niet voelen, zullen ze ook niets veranderen. Natuurlijk kun je tweedehands kleding kopen en vooral een voorstander zijn van eerlijke kleding. Het grootste commentaar daarop is alleen vaak dat het “onbetaalbaar” is (en heel eerlijk: ik ken genoeg “eerlijke” merken, maar het design is ook heel vaak niet naar mijn smaak). Als je de documentaire bekijkt en je je erin verdiept zijn dit echter absolute luxeproblemen. We zouden dezelfde merken op de lange termijn wel kunnen blijven kopen, als we bereid zijn meer geld te betalen wat direct naar de kledingmaker zou gaan (want het kledingmerk zie ik niet gauw hun winst inleveren). En daar ligt ons “psychische” probleem: dat willen we vaak niet. En dat vindt het kledingmerk op z’n beurt natuurlijk weer het belangrijkste (winst, winst, winst!). Wij moeten dus kenbaar maken dat we verandering willen zien; wij moeten laten zien dat we het terecht vinden dat het merk een deel van hun winst ‘inlevert’ aan de maker van het product, of dat we het niet erg vinden om minder te kopen of meer uit te geven zolang het eerlijk is gemaakt.

Je ziet dat de piramidevorming invloed uitoefent op hoeveel invloed wij als consument kunnen hebben op dit vraagstuk. De overheid die akkoorden kunnen maken en doorvoeren, het kledingmerk die bepaalt waar hun producten worden gemaakt, de regels die fabrieken zelf aannemen en uitvoeren en vervolgens de keuzes die jij als consument maakt.

Concreet gezien zou jij een hoge functie bij een commercieel merk moeten willen hebben, om vervolgens het akkoord te tekenen, om invloed uit te kunnen oefenen om veranderingen te zien hoe de kleding wordt gemaakt door het merk wat jij representeert en jij er hoogstpersoonlijk voor zorgt dat iedereen in het proces een eerlijke prijs betaalt. Maar mocht dit nou niet je grootste droom zijn, vraag ik je in ieder geval het dilemma niet te negeren. Erken het, praat erover, koop minder, eerlijk of tweedehands en wees je ervan bewust. Dat kan al een hoop verschil maken: voor jezelf en je sociale kring, hoeveel commentaar en discussie hier ook uit voortkomt.

Het is een ellelange discussie waar vooral heel erg veel discussie voor nodig is. Zoals blijkt uit mijn betoog betalen we eigenlijk allemaal de prijs. Het zou al heel veel schelen als er vanuit de consument meer over gepraat zou worden en het een norm zou worden om te bedenken dat kleding niet uit de lucht komt vallen, maar simpelweg ALLES door mensenhanden wordt gemaakt. Dat lijken we in onze Westerse wereld te vaak te vergeten. Er is iemand voor nodig. Iemand is ook een persoon, die een dochter of zoon is van trotse ouders, misschien wel getrouwd is en kinderen heeft en een leven probeert te leiden.

Fotografe Taslima Akhter zegt aan het begin van de documentaire:

Het leven en de dromen van onze arbeiders tellen niet.

Een zin waar ik van schrok. Niet mogen dromen… Het is iets wat ik me als compleet gevoelsmens niet kan voorstellen en waarvan ik oprecht hoop dat het gaat veranderen. Veilige fabrieken, slimme merken die de juiste keuzes maken, eerlijke prijzen. God, wat hoop ik daarop. Om Marieke van Talking Dress te quoten: “Je hoeft geen heilige te zijn om de wereld te verbeteren – geloof me, dat ben ik ook niet.” En ik ook niet. Maar denk in ieder geval na over het verhaal achter je kleding en probeer soms eens op zoek te gaan naar een alternatief.

Deel vooral jouw mening en hoe jij denkt dat wij het verschil kunnen zijn. Deel dit artikel, schrijf er zelf over, bekijk de documentaire, praat er vanavond eens over met een vriend of vriendin, schaf Talking Dress aan en kijk bij je volgende aankoop eens waar het gemaakt is. Sta stil; wees bewust! Be the change you wish to see in the world.

Liefs, Marte

Je kunt me persoonlijk volgen op Instagram (@mh_marte), Twitter (@martevanliere) en Facebook (/martevanliere).

5 reacties

sietske -

Kleding delen met elkaar. Dit Is al in de vorm van de kledingbibliotheek in Utrecht en Amsterdam. Als We meer kleding delen, scheelt dat ons geld, blijf je voldoende variatie houden in wat je aan doet en blijft er meer geld over om duurdere kleding aan te schaffen, die eerlijk gemaakt zijn en een toevoeging zijn aan je kleding kast.

Maartje -

Oh en leuke ‘faire’ kinderkleding en (kraam)cadeautjes: http://www.kabinetofcuriosity.nl/nl/
(Ook een A’damse webshop)

Marte -

Dat is super leuk! Kende ik nog niet :)

Maartje -

http://kiesduurzamemode.nu/m/#/shops-en-merken
Hier een linkje dat ik vond met een overzicht van (web)winkels met ‘duurzame mode’ of welke term ze er ook aanhangen.
Sommige idd met een hoog ‘wijd en groot’ gehalte, maar er zitten zeker ook hele leuke merken bij! Armed Angels, People Tree en Kuyichi bijvoorbeeld.
BrandMission in Haarlem en Nukuhiva in A’dam vind ik beide leuke winkels.

Sowieso een goed onderwerp voor je blog!

Marte -

Zeker leuke merken & shops inderdaad! Binnenkort komt er een leuke winactie met een van die merken online te staan 😉

Reageer ook