INSPIRATIE

De Filosofie van Annemarie // Geduld!

Ginkelse Heide Moderne Hippies 3

“Tante Annie, zullen we verstoppertje spelen?”. Als suikertante heb je een missie: je twee neefjes verpesten tot en met. Uiteraard krijgen ze altijd snoep als ze dat willen, leer je ze dat alle meisjes prinsesjes zijn en je ze dito dient te behandelen, en als ze je vragen om verstoppertje te spelen dan doe je dat. Dat ze je vervolgens vergeten te zoeken en je je afvraagt hoelang je nog onder het bureau moet blijven zitten voordat ze je eindelijk vinden, doet er niet toe.

In een inmiddels kinderrijke omgeving besef ik pas waaraan het mij volledig ontbreekt: geduld. Kinderen vragen om geduld, erg veel geduld. Leg maar eens uit aan een mannetje van 5 die een tampon vindt, wat dat precies is. Na een ietwat getraumatiseerde blik vraag je je toch af, is deze uitleg handig? Als daarna de eerst volgende 20 zinnen beginnen met: “Waarom? Waar? Hoe?” en je vervolgens overgaat tot ‘Vraag maar aan je moeder’, dan besef je je: als ouder moet je beschikken over een bak met engelengeduld.

Volgens de Dikke van Dale is de betekenis van het woord geduld “het vermogen om rustig af te wachten”. Ik heb dat vermogen dus niet. Als ik iets bedenk, dan moet dat gebeuren. Niet straks, niet over een maand, maar nu, direct. Als ik honger heb, moet er voedsel voorhanden zijn. Als ik bedenk dat ik op reis wil, is het ticket al geboekt. Zelfs als ik de slaap niet kan vatten en ik na 100 keer schaapjes tellen nog niet in dromenland ben, kan ik hevig geïrriteerd zijn over het feit dat mijn lichaam niet luistert en het niet gewoon doet wat hem gevraagd wordt.

Ik heb een missie. Op z’n Achterhoeks gezegd: een alderbastends goed idee! Ik weet waar ik heen wil. Als ik die route heb bepaald, ga ik over tot executie. Nu komt mijn obstakel, ik ben in mijn route deels afhankelijk van keuzes van anderen. Het drijft me serieus tot waanzin als er niet heel rap knopen worden doorgehakt.

Het voelt een beetje als het wachten op een berichtje van die ohh-zo-leuke-vent nadat je een ohh-zo-perfecte-eerste-date hebt gehad. Hoezo reageert hij niet? Waarom duurt dit zo lang? Moet ik zelf soms iets ondernemen? Op het moment dat ik dit soort vragen ga stellen, komt daar de twijfel. Is het wel een alderbastends goed idee? Hoe kan je dat nu niet vinden? En dan is daar die zelfkastijding. De vicieuze cirkel der gedachte. De twijfel. De proef van het geduld. De hoop op een goede uitkomst. Het flirten met een alternatief, terwijl je weet dat dat niet is wat je hart verlangt.

Ik wil niet wachten. Ik wil overgaan tot de daad! Ergens overheerst de angst dat ik verder ga met flirten en mijn doel langzaam maar zeker zal verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dat alles omdat ik de geestestoestand waarin de geest zijn wilskracht zodanig beheerst, dat de geest kan ‘dulden’, kan toelaten of verdragen dat bepaalde besluiten door omstandigheden nog niet kunnen worden waargemaakt, niet beheers.

Misschien ben ik zelf ook nog wel een kind. Ik stel mezelf op dit moment ook honderd vragen in mijn hoofd. Ik maak een looping. Het verschil zit hem erin dat ook ik op een gegeven moment met een ‘vraag maar aan je moeder’ met een kluitje in het riet werd gestuurd. Vragen naar de waarheid is eng, dus daarom vragen we het maar niet meer. Daarom gaan we in de wachtmodus. Is het hebben van geduld wel een deugd?

Ik vind het prima om even onder het bureau te zitten, dat heb ik er voor over. Maar stiekem hoop ik zo dat deze proef slaagt. Dat ik mijn doel voor ogen kan houden. Dat ik het van de daken kan schreeuwen. Dat ik sterk genoeg ben de strijd aan te gaan. Dat ik niet het slachtoffer wordt van mijn eigen ongeduld en overga op het plan waar mijn hart niet ligt. Ik zou willen dat ik je beheerste, geduld!

Liefs, Jantje Ongeduld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.