INSPIRATIE

Metro

metro

Vaak heeft in ochtendspits met de metro gaan iets raars. Het komt de rest van de dag vrijwel niet voor dat je met zoveel mensen in zo’n benauwde ruimte gepropt zit, maar waar normaal gesproken ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd’ op gaat, lijkt dit hét moment om een wedstrijdje minimale interactie te houden. Enkel als een medepassagier die bij het raam zit er bij een station eerder uit moet dan jij, moet je reageren en je benen aan de kant doen. Ja, en als de metrobestuurder nog een beetje slaapdronken is en er een schokkerige remweg op nahoudt, voel je zo nu en dan een elleboog of gaat er per ongeluk iemand op je tenen staan, maar meer dan dat soort contact is er normaliter niet. Zwijgend en geolied, als een lopende band waarop allerlei verschillende producten liggen die allemaal naar een andere sorteerplaats moeten, verloopt de metroreis doorgaans in de ochtendspits.

Van dat soort robotachtige metroritjes word ik altijd een beetje opstandig. Hoe meer mensen in de wagon en hoe foutlozer de reis verloopt, hoe meer zin ik krijg om heel hard te gaan lachen, of een anekdote te gaan vertellen aan mijn medepassagiers. Of te schreeuwen. Het er eens even lekker uit te gooien allemaal en opgefokt te vragen: ‘HALLO, WAT IS DIT?!’ ‘Hoe idioot is het dat wij hier met zo’n 70 mensen in een wagon staan en dat iedereen net doet alsof de anderen er niet zijn?’ Geen reactie natuurlijk, van al die wezenloze types, dus moet ik door: ‘Mevrouw, u staat in mijn nek te hijgen, kunt u daar misschien mee ophouden?’ En: ‘Goh, wat vindt u van die krantenkop? – ja ik weet heus wel dat u over mijn schouder meeleest, dan kunnen we het er net zo goed maar even over hebben.’ ‘Zijn er mensen die zich net zo belabberd voelen als ik? Of juist zo vrolijk?’ En: ‘Jeetje, wat heb jij prachtige ogen.’
O, wat zou dat een keer opluchten. Een van de weinige dingen die namelijk tot nu toe soms soelaas biedt, is wanneer de Chinese jongen die ik bijna elke ochtend in de metro zie weer eens stiekem mompelend zijn Lady Gaga nummers iets te hard draait. De hele wagon luistert dan mee en ik grinnik.

Misschien ligt het wel aan mij. Maar ik vind het gewoon zo jammer dat een dag met zo min mogelijk ongeregeldheden ook vaak een heel individualistische dag is. Pas als de metro ineens tien minuten stilstaat tussen Van der Madeweg en Duivendrecht, gaat men verbroederen. ‘Lekker dit, nu mis ik mijn trein.’ ‘Ja, ik ook! Het is weer fijn!’ Als er iets te zeiken valt, heeft het wedstrijdje koppen dicht ’s morgens blijkbaar ineens een time out, want voor een potje collectief mekkeren is niemand te beroerd. Of collectief flirten. Ja, want chaossituaties brengen mensen op allerlei vlakken nader tot elkaar. Al balend steekt de jongen met die prachtige ogen ineens een verhaal tegen mij af en zie ik twee mensen die ik zo-even nog voor grijze muizen had aangezien ineens blozend en giechelend met hun ruggen tegen de metrodeuren aangedrukt staan. Wat calamiteiten voor goeds kunnen brengen! Even heb ik het vertrouwen weer terug in de samensmelting van al die verschillende mensen. Maar helaas is dat niet voor lang; een volgende morgen moet ik tijdens die geoliede rit gewoon weer genoegen nemen mijn zwijgzame, individualistische medemens, Lady Gaga en mijn eigen gedachten. Of hoorde ik daar iets over een uitgevallen metro?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.