Om zen van te worden

Mensen die mij kennen van Moderne Hippies denken dat ik een echte, ouwe hippie ben. Het liefst zou ik naakt rondlopen, zou ik absoluut niet materialistisch (mogen) zijn en bovenal: zou ik non-stop aan yoga en meditatie doen.

OK, ik huppel graag naakt rond in huis;
OK, ik ga niet íedere week shoppen;
OK, zo heel af en toe volg ik een yogales waar 5 of 10 minuten meditatie aan vastgeplakt zit.

(Maar als het even meezit wordt de les toevallig gegeven door een vriend of vriendin.)

Voor wie een kijkje achter de schermen neemt, en me bijvoorbeeld op een van m’n social media kanalen volgt, weet inmiddels hoe het zit: ik houd van dansen. Stoere dansen. Streetdance. Locking. Housedance.

Van buiten niets “hippies” aan, nee.

Vanaf mijn 4e was dansen de hobby die ik vooral in m’n kamer uitoefende – vooral ook met borstel, voor de spiegel. Pas op m’n 14e ging ik voor de eerste keer naar een streetdance les, simpelweg omdat we geen ‘stoere’ dansschool hadden in het dorp waar ik vandaan kom. M’n moeder was bereid me iedere week twee keer op en neer te rijden (half uur heen, half uur terug) zodat ik kon doen waar ik het gelukkigste van werd. De arme, lieve schat.

Het was een droom die uitkwam. Zodra ik dans vergeet ik de hele wereld en mag ik mezelf even helemaal verliezen. Voor heel eventjes zit ik in m’n eigen bubbel en ontspan ik pas echt. Daar kan voor mij geen yoga- of meditatieles tegenop. M’n hobby werd een enorm uit de hand gelopen passie. Na een jaar zat ik in een demoteam en mocht ik wedstrijden meedoen. Snel daarna gaf ik zelf les. Toen ik vijf jaar later naar Amsterdam verhuisde kwam ik in de ware underground hiphop scene terecht. Terwijl studiegenoten lid werden van een studenten- of roeivereniging, had ik m’n eigen hiphop danswereld naast m’n studie. Dat werd mijn leven in Amsterdam. Ik vond de dansstijlen geweldig; ik leerde locking, housedance, hiphop en enkele jaren later salsa.

Als hippie die nog uit moest bloeien bevond ik me overigens die jaren wel altijd in tweestrijd: ik vond bloemenjurkjes bijvoorbeeld erg leuk, maar droeg er dan voor de sier maar hele stoere sneakers onder. Identiteitscrisis to the max. Het stond voor geen meter.

Op m’n 21e gebeurde wat de nachtmerrie is voor iedere danser: ik raakte geblesseerd. M’n knieschijf verdraaide tijdens een locking les – de les die ik het liefste deed en waar ik ‘goed’ in was – en m’n wereld stortte in elkaar. Het eerste jaar moest ik vooral goed revalideren; de jaren erna was er sprake van ‘mentale schade’. Jaren vlogen voorbij. Er kwam teveel tussendoor, teveel ‘excuses’ om het niet meer te doen.

Na verloop van tijd schreeuwde er iets in m’n lichaam. Ik moest en zou het weer oppakken, want ik was in zekere zin niet ‘gelukkig’ meer. Maar een paar jaar uit de running zorgde voor verandering: ik was ouder geworden. Ik paste niet meer thuis in de dansscholen van Amsterdam, of de scholen pasten niet meer bij. Gek, want mijn lichaam is dans, dacht ik. Ik stond als 25-jarige tussen 15-jarigen die het vooral heel cool vonden wat ze deden en dat anderen graag wilden laten zien. Ik wilde gewoon dansen voor mezelf.

Bij koppeldansen kwam ik vaker mensen tegen ‘van m’n eigen leeftijd’ (klink ik nu oud?). Maar als je gewend bent om in je eigen bubbel te dansen, dan is het extreem lastig je te laten leiden door een ander en alsnog de wereld te kunnen vergeten. Daarom heb ik streetdance sinds kort weer opgepakt door middel van een moderne oplossing: als ik geen geschikte lessen en leraren kan vinden in Amsterdam, dan zoek ik hen wel wereldwijd op. En zo school ik mezelf inmiddels weer thuis. Voor de spiegel. Via YouTube. Stap voor stap, tel voor tel. Totdat ik de choreo heb die ik tof vind om te kunnen. En zo vergeet ik een paar avonden per week weer even de wereld.

De hippie in mij wordt blijkbaar zen als ik fysiek een R&B chickie uithang.

Ik vind het zo belangrijk dat iemand zich ergens in kan verliezen. Mijn vader heeft dat met lezen en vogeltjes kijken. Mijn moeder heeft het met wandelen. Mijn vriend met gamen. Aan dat laatste heb ik een enorme hekel en toch wil ik graag dat hij het doet.

Er gaat niets boven deze gelukkige kern in jezelf. Pas dan ben je blij en kan je anderen weer blij maken. Ik heb de afgelopen jaren veel te weinig naar mezelf geluisterd. En dat, terwijl ik heel goed weet dat dit mijn ‘kern’ is. Daarom moet en zal ik door blijven gaan. Hoe oud ik ook ben, ik zal zelfs in de hemel blijven dansen. Misschien wel met een eigen YouTube-kanaal.

Liefs, Zoë

Meer mindstyle lezen? Klik hier!

Reageer ook